In de bergen heerste strenge vorst. Het meer was bijna volledig bedekt met ijs, maar op één plek bleef het water open. Precies daar worstelde de wolf. Hij was door het ijs gezakt en kon er niet uit komen.
Het ijs onder zijn poten brokkelde af, hij gleed weg en verdween opnieuw in het water. Met elke minuut werd hij zwakker. Zijn kop bleef nauwelijks boven het oppervlak, zijn ademhaling stokte, zijn vacht was doorweekt en trok hem naar beneden.
Een oudere vrouw liep in de buurt om hout te verzamelen. Ze hoorde gespetter en een vreemd schor geluid. Toen ze dichterbij kwam, zag ze hoe een enorme grijze wolf aan het verdrinken was. Het dier was bijna gestopt met vechten.
De oude vrouw dacht niet aan angst, noch aan het feit dat ze tegenover een wild en gevaarlijk dier stond. Ze vond snel een lange, droge tak, ging op het ijs liggen om niet door te zakken en kroop voorzichtig naar het wak. Het ijs kraakte onder haar, maar ze bewoog langzaam en zorgvuldig.
— Houd vol, — zei ze zacht terwijl ze de tak uitstak.
De wolf liet eerst zijn tanden zien, maar had geen kracht meer voor woede. Hij greep de tak met zijn voorpoten vast. De vrouw trok. Haar handen trilden, haar rug deed pijn, maar ze liet niet los. Het ijs kraakte opnieuw, water klotste over de rand en uiteindelijk kwam het zware lichaam van de wolf op het ijs terecht.
Het dier lag daar en ademde zwaar. Eén achterpoot stond verdraaid; het was duidelijk dat die gebroken was. De wolf probeerde niet aan te vallen. Hij keek alleen naar de vrouw, alsof hij begreep dat zij zojuist zijn leven had gered.
Maar op dat moment… Komen zij uit het bos… De oude vrouw verstijfde van angst 😱😲
De vrouw wilde al achteruit kruipen toen ze plotseling vreemde blikken op zich voelde.Tussen de bomen verschenen langzaam schaduwen. In de ijzige lucht glansden tien paar ogen. Het was een roedel. De wolven roken de mens en naderden, klaar om aan te vallen. Ze begrepen niet dat juist deze persoon hun soortgenoot uit het ijskoude water had gehaald.
De oudere vrouw bleef roerloos staan. Er was nergens om heen te vluchten, en zelfs als dat kon, zou ze geen tijd hebben gehad.
Op dat moment stond de gewonde wolf met moeite op. Hij ging voor de vrouw staan, schermde haar af met zijn lichaam en gromde naar de roedel. Het gegrom was zwak, maar er klonk vastberadenheid in door. De wolf keek naar de zijnen, alsof hij duidelijk wilde maken dat deze vrouw met rust gelaten moest worden.
De roedel stopte. Enkele seconden bewoog niemand. Toen liet één van de wolven zijn kop zakken en begonnen de anderen zich langzaam terug te trekken.De gewonde wolf keek nog één keer naar de vrouw. In zijn blik was geen angst en geen woede, alleen rust. Na enkele seconden draaide hij zich om en liep mankend achter zijn roedel aan.
De vrouw bleef alleen achter op het ijs. De wind joeg opnieuw sneeuw op, alsof er niets was gebeurd.
