Elke Duitse soldaat had 7 minuten per dag met elke Franse krijgsgevangene.
Het is een zin die leest als een administratieve notitie, maar die in werkelijkheid een systeem van extreme ontmenselijking blootlegt. Voor Elise Marteo, vandaag 88 jaar oud, betekende die zin het moment waarop zij begreep dat een menselijk lichaam kon worden herleid tot een tijdseenheid. Niet symbolisch, maar letterlijk. Minuten werden maatstaven, stilte werd een schema, en angst volgde een vast ritme. Zestig jaar lang sprak zij er niet over. Nu vertelt zij wat er zich tussen april en augustus 1943 afspeelde in een omgebouwd administratiegebouw aan de rand van het Combine, een plaats die in officiële archieven nauwelijks voorkomt.
Volgens de bestaande documenten was het gebouw een tijdelijk sorteercentrum, een doorgangspunt naar grotere kampen. Maar overlevenden beschrijven iets anders: een afgesloten systeem waar jonge Franse vrouwen systematisch werden misbruikt onder militair toezicht. Elise was twintig toen zij samen met haar moeder werd opgepakt in Sanleis, een klein stadje ten noordoosten van Parijs. Haar vader was omgekomen tijdens de Franse nederlaag, haar moeder verdiende eten door uniformen te naaien voor Duitse officieren. Overleven was geen keuze, maar noodzaak.
In de vroege ochtend van 12 april 1943 klopten soldaten op de deur. Er werd gesproken over een verborgen radio, een beschuldiging die Elise later als voorwendsel zou herkennen. Ze werden meegenomen omdat ze beschikbaar waren, omdat hun namen ergens genoteerd stonden, omdat de oorlog een onuitputtelijke honger had naar controle. In een vrachtwagen werden zij en andere vrouwen vervoerd naar een grijs, drie verdiepingen tellend gebouw met smalle ramen en een façade die ooit elegant was geweest.
Bij aankomst volgde een ritueel dat veel gedeporteerden herkennen: uitkleden, scheren, vervangen van identiteit door een grijs hemd. In een grote hal op de begane grond lagen dunne matrassen op stenen vloeren. Twaalf jonge vrouwen, allen tussen de achttien en vijfentwintig, wachtten zonder uitleg. De lucht was zwaar van desinfectiemiddel en angst. Namen werden gefluisterd, handen vastgehouden, stilte gedeeld.
Later die middag verscheen een officier die vloeiend Frans sprak. Zijn toon was kalm, zijn woorden zorgvuldig gekozen. Het gebouw, zo zei hij, diende als logistieke ondersteuning voor transporttroepen. Soldaten op doorreis hadden rust nodig, morele ondersteuning. De vrouwen zouden daarvoor “worden ingezet”. Er was geen schreeuw, geen dreiging nodig. De voorwaarden waren helder: elke soldaat kreeg een strikt afgebakende tijd. Weerstand zou worden bestraft met overplaatsing naar Ravensbrück, een naam die in die tijd synoniem stond voor verdwijning.
Wat volgde was geen chaos, maar organisatie. Tijd werd bewaakt zonder zichtbare klokken. De vrouwen leerden tellen aan de hand van voetstappen, deuren, ademhaling. Het lichaam paste zich aan omdat de geest zich terugtrok. Elise beschrijft hoe dagen samensmolten tot een herhaling van wachten en overleven. Niet iedereen hield het vol. Sommigen werden ziek, anderen weggehaald. Er werd niet gevraagd, niet uitgelegd.
Haar verhaal dwingt tot een ongemakkelijke confrontatie met het verleden. Het laat zien hoe systemen van onderdrukking functioneren wanneer menselijkheid wordt vervangen door regels en tijdschema’s. En het herinnert eraan dat geschiedenis niet alleen bestaat uit veldslagen en verdragen, maar uit individuele levens die werden gebroken in stilte. Zolang deze getuigenissen worden gehoord, zo hoopt Elise, blijft de waarheid levend.
Na augustus 1943 werd het gebouw ontruimd. Elise en enkele anderen werden overgebracht naar andere kampen. Ze overleefde de oorlog, keerde terug naar Frankrijk en bouwde een leven op dat aan de buitenkant normaal leek. Maar de herinneringen bleven. “Het lichaam vergeet niet,” zegt ze. “Zelfs wanneer de wereld besluit te zwijgen.”
Dat zij nu spreekt, is geen toeval. De laatste jaren groeit de aandacht voor de ervaringen van vrouwen tijdens de oorlog, niet alleen als bijfiguren, maar als doelwitten van specifieke vormen van geweld. Elise wil geen sensatie, zegt ze, maar erkenning. Niet voor zichzelf alleen, maar voor degenen die nooit terugkeerden, wier namen niet in dossiers staan.
Haar verhaal dwingt tot een ongemakkelijke confrontatie met het verleden. Het laat zien hoe systemen van onderdrukking functioneren wanneer menselijkheid wordt vervangen door regels en tijdschema’s. En het herinnert eraan dat geschiedenis niet alleen bestaat uit veldslagen en verdragen, maar uit individuele levens die werden gebroken in stilte. Zolang deze getuigenissen worden gehoord, zo hoopt Elise, blijft de waarheid levend.
