Aan hoofdpijndossiers geen gebrek dezer dagen in Downing Street, het machtscentrum van de Britse politiek. En allemaal hebben ze een link met Amerika. Afgelopen week moest premier Starmer zich andermaal verantwoorden voor de aanstelling van de omstreden politicus Peter Mandelson als ambassadeur in Washington. Vandaag dient zich een nieuw mijnenveld aan: een driedaags staatsbezoek van koning Charles aan de Verenigde Staten, dat doorgaat ondanks de aanslag op president Trump afgelopen weekend.
Het is geen geheim dat Trump een fascinatie heeft voor de pomp and ceremony van de Britse monarchie. Starmer dacht hier handig gebruik van te maken en zette Charles in als diplomatieke joker. Hij had er nadrukkelijk voor gekozen om confrontaties met de Amerikaanse president zoveel mogelijk te vermijden. Starmer hoopte met vleierij de banden met het Witte Huis warm te houden.
Kort na Trumps inauguratie, begin vorig jaar, kwam Starmer al op bezoek in het Witte Huis met een brief van de koning. Dat was een uitnodiging aan de president voor een staatsbezoek, Trumps tweede aan het VK. Dat bezoek vond plaats in september, waarbij de president logeerde bij de koning op Windsor Castle. Trump kwam hierop met een tegenuitnodiging voor een staatsbezoek van Charles aan de VS.
Slijmdiplomatie
Met zijn slijmdiplomatie naar Ruttiaans voorbeeld probeerde Starmer de Amerikaanse president te committeren aan de NAVO, de strijd in Oekraïne en goede handelsbetrekkingen. Aanvankelijk leek deze tactiek vruchten af te werpen. Het Verenigd Koninkrijk sloot een relatief gunstige handelsdeal met de Amerikanen en de Britse premier leek een amicale band op te bouwen met de man in het Witte Huis.

Maar de laatste maanden blijkt dat er grenzen zitten aan die benadering. De Amerikanen hielden zich niet aan de afspraken van de handelsdeal. Trump lag op ramkoers met Downing Street in zijn pogingen om Groenland in te lijven. De oorlog in het Midden-Oosten deed de relatie verder verslechteren.
De Britten weigerden aanvankelijk toestemming te geven voor het gebruik van hun militaire bases voor een aanval op Iran. Later kwam er alsnog toestemming, maar daar waren wel allerlei beperkingen aan verbonden. Zo mocht de Amerikaanse luchtmacht de Britse bases alleen gebruiken voor “defensieve acties”. Carte blanche kreeg het Witte Huis nooit.
Dit leidde tot grote woede bij Trump. Hij haalde steeds harder uit naar Keir Starmer (zie kader). De Britse premier op zijn beurt begon zich steeds feller af te zetten tegen het Witte Huis. Op een gegeven moment zei Starmer dat “hij het helemaal had gehad” met de sterk gestegen energiekosten voor Britse huishoudens die het gevolg waren “van de acties van Poetin en Trump”.
