De afgelopen maanden stonden voor Suzan & Freek volledig in het teken van onzekerheid, hoop en veerkracht. Donderdagavond deden ze in de talkshow Eva voor het eerst samen hun verhaal sinds het ingrijpende nieuws dat Freek Rikkerink in mei bekendmaakte dat hij ernstig z!ek is. Het interview raakte veel kijkers, niet alleen door de openheid, maar ook door het voorzichtige sprankje hoop dat Freek kon delen: de tumoren in zijn lichaam zijn geslonken.
Een eerste stap vooruit in een zware strijd
Met rustige woorden, maar zichtbaar aangedaan, vertelde Freek over zijn medische situatie. Hij wordt behandeld in het Antoni van Leeuwenhoek, een gespecialiseerd centrum waar hij intensief wordt gevolgd. “In beide longen zit een tumor,” legde hij uit. “Daarnaast zit het in de lymfeklieren, in mijn nek en in mijn bijnieren.” Het zijn zinnen die hard aankomen, zeker wanneer je bedenkt dat Freek pas recent vader is geworden en midden in een succesvol muzikaal leven stond.
Tegelijkertijd benadrukte hij iets dat voor hem van groot belang is: “Het zit gelukkig niet in mijn hoofd.” Dat ene detail, hoe klein het misschien lijkt, voelt voor Freek als een belangrijke houvast. Het betekent dat er behandelopties zijn, en dat bood hem – hoe voorzichtig ook – perspectief. Artsen gaven aan dat er medicatie beschikbaar is die bij sommige patiënten zorgt voor levensverlenging. “Er zijn mensen die daar nog een paar jaar mee kunnen leven,” zei hij eerlijk, zonder valse hoop, maar ook zonder de deur volledig te sluiten.
Van machteloosheid naar actief meedoen
In plaats van zich over te geven aan angst of afwachten, koos Freek voor een actieve houding. Hij vertelde dat hij zich de afgelopen maanden intensief heeft verdiept in verhalen van mensen die in een vergelijkbare situatie zitten. “Ik wilde weten: hoe hebben zij het gedaan? Wat hielp hen? Wat gaf hen kracht?” Het werd bijna een fulltime bezigheid. “Ik was daar soms wel achttien uur per dag mee bezig.”
Terwijl Suzan thuis bezig was met iets totaal anders – de babykamer klaarmaken – dook Freek in boeken, artikelen en ervaringen van anderen. Hij begon zijn voeding aan te passen, keek kritisch naar zijn levensstijl en ging aan de slag met mentale processen. Daarbij liet hij zich niet alleen leiden door de westerse geneeskunde. “In de westerse benadering wordt het lichaam vaak gezien als een soort chemische fabriek: er is iets kapot en dat moet gerepareerd worden,” zei hij. “Maar in de oosterse geneeskunde kijken ze veel meer naar de verbinding tussen lichaam en geest.”
Die gedachtegang gaf hem rust. Niet omdat hij dacht dat hij de z!ekte kon ‘wegdenken’, maar omdat het hem het gevoel gaf dat hij zelf nog invloed had. Dat hij niet volledig passief hoefde te zijn in een situatie waarin zoveel buiten zijn controle ligt.
