Vlucht 2A219 verdween op 4 december 1983 tijdens een vlucht over de noordelijke breedtegraden. Aan boord waren 150 personen. Het laatste radiosignaal van de bemanning werd verbroken om 23:47. Daarna leek het vliegtuig te verdwijnen in de koude lucht. De zoektocht duurde enkele maanden, maar de zware weersomstandigheden en de technische beperkingen van die tijd maakten het onmogelijk om de exacte crashlocatie te bepalen.
Wetenschappers ontdekten het lang verloren vliegtuig in het Arctisch ijs, en wat ze in de cabine vonden, werd een echte wetenschappelijke doorbraak.
Bijna veertig jaar bleven de wrakstukken verborgen onder meerdere meters ijs. In januari 2024 registreerde satellietbeeldvorming een anomalie — een metalen object onder het ijsoppervlak. Na analyse van de coördinaten werd een expeditie georganiseerd.
Na 40 jaar zoeken werd het vliegtuig eindelijk gevonden, en wat wetenschappers in de cabine ontdekten, schokte de hele wetenschappelijke gemeenschap.
Het vliegtuig bevond zich ongeveer 24 meter onder het ijs. De temperatuur in de romp bleef op min 38 graden Celsius. Dankzij dit werd de cabine een soort “tijdcapsule.”
Onderzoekers vonden persoonlijke bezittingen van passagiers, tassen, kinderspeelgoed en documenten. Een bijzonder aandachtspunt was het dagboek van een van de stewardessen. De aantekeningen werden enkele dagen na de noodlanding bijgehouden.
Uit de aantekeningen bleek dat sommige passagiers de ramp hadden overleefd en probeerden een overlevingssysteem te organiseren in extreme koude omstandigheden.
Er werden ook medische dossiers van de boordarts gevonden, schema’s voor de verdeling van voorraden en notities van de kapitein over de toestand van de bemanning. Deze documenten maakten het mogelijk de eerste uren en dagen na het ongeluk te reconstrueren en te begrijpen hoe de gebeurtenissen zich ontwikkelden.
De zwarte doos werd afzonderlijk van het hoofdgedeelte van de romp gevonden. Expertise toonde aan dat het vliegtuig een zone van extreme turbulentie op ongeveer 10.500 meter hoogte had bereikt. Plotse temperatuurschommelingen veroorzaakten intense ijsvorming op de motoren.
Tegelijkertijd trad structurele overbelasting op en verloor de bemanning de mogelijkheid de vlucht te stabiliseren.
Volgens experts was de ramp het gevolg van een combinatie van een zeldzaam atmosferisch fenomeen en de technische kwetsbaarheid van het vliegtuig onder dergelijke omstandigheden.
Tijdens de expeditie werd een familie ijsberen waargenomen in de buurt van het kamp, wat het werk van de onderzoekers bemoeilijkte en extra veiligheidsmaatregelen vereiste.
Deskundigen merkten echter op dat de dieren voorzichtig waren en niet gevaarlijk dicht bij mensen kwamen.
De ontdekking van vlucht 2A219 maakte het mogelijk een van de meest mysterieuze hoofdstukken uit de luchtvaarthistorie van het einde van de 20e eeuw af te sluiten.
De verkregen gegevens vulden het begrip aan van de invloed van extreme atmosferische processen op de luchtvaart en vormden de basis voor nieuwe aanbevelingen voor de veiligheid van vluchten in Arctische breedtegraden.
